Monument Gedenkplaats Parallelweg

Ontwerper: onbekend
Onthuld op 29 maart 1946

Aan de Parallelweg, ter hoogte van de Naaldwijksestraat, vindt men het monument ter nagedachtenis aan de twaalf Nederlandse gevangenen die op deze plaats door de Duisters werden gefusilleerd op 31 maart 1945. Deze executie was één van de meest publieke fusillades tijdens de oorlog in Nederland.

Het monument bestaat uit een houten paal met een marmeren gedenkplaat waarop een kruis en een tekst is afgebeeld. De paal bevindt zich voor een hek dat de Parallelweg scheidt van de trambaan. De tekst op de plaat is als volgt:

 “Ter nagedachtenis aan de 12 Nederlanders die hier door de nazi’s op 31 maart 1945 werden gefusilleerd.”

Oorspronkelijk bestond het monument uit een gedenkbord met daarop een eenvoudig zwart kruis en een Nederlandse vlag. In 1953 werd deze vervangen door een marmerenplaat. Deze werd helaas in 1962 door vandalen vernield, waarna de huidige marmeren plaat is aangebracht.

De executie aan de Parallelweg
Op 29 maart 1945 werden tijdens een overval van het verzet twee Duitse soldaten gemolesteerd en ontwapend aan de Parallelweg. Een dag later werd een colonne vrachtwagens van de Ordnungspolizei door verzetstrijders tegengehouden en in verwarring gebracht. Deze relatief lichte verzetsdaden schoten bij de Duitsers in het verkeerde keelgat en er volgde een represaille.

Op 31 maart 1945 werden er twaalf mannen uit de Scheveningse gevangenis gehaald en naar de Parallelweg gebracht. Een groot aantal buurtbewoners werd door de Duitsers gedwongen om toe te kijken hoe deze twaalf mannen, in groepjes van vier, tegen het hek werden gezet en gefusilleerd.

Het uitvoeren van represailles werd vanaf de zomer 1944 een steeds gebruikelijke onderdeel van het oorlogsgeweld. De man die in Den Haag over de represailles ging was het hoofd van de Sicherheitspolizei J.H.L. Munt. Munt werd gezien als een gematigde man, en hij had een zekere “sympathie” voor verzetsmensen, die hij zag als dappere, maar misleide idealisten. Deze sympathie heeft uiteindelijk enkele tientallen levens van verzetsstrijders gered. Gewoonlijk werden verzetsstrijders aangewezen als Todeskandidaten voor represailles. Munt leverde echter meermaals geen verzetsstrijders maar gewone misdadigers aan.

Elf van de twaalf mannen die op 31 maart 1945 werden geëxecuteerd bij de Parallelweg werden door Munt geleverd. Eén van deze elf was misschien wel bij het verzet betrokken, de andere tien waren al meerdere malen opgepakt wegens roofovervallen. Bovendien waren twee van hen gedeserteerd uit het NSKK (Nationalsozialistische Kraftfahrkorps, een paramilitair onderdeel van de NSDAP) en één was lid van de NSB en de weerbaarheidsafdeling. De twaalfde man werd geleverd door F. Frank, een brute en fanatieke man die binnen de Sicherheitspolizei belast was met het bestrijden van spionage en verzet. Frank leverde wel een verzetsstrijder.

Op 29 maart 1946 hielden de buurtbewoners, die een jaar eerder gedwongen waren om de executies bij te wonen, samen met nabestaanden een bescheiden en sobere herdenking op de plek van de fusillades. Zij hebben tijdens deze herdenking het eerste gedenkbord geplaatst.

Er is door de jaren heen nog altijd veel betrokkenheid van de buurtbewoners. Hierdoor is er bij de herdenking ook altijd vertegenwoordiging aanwezig van (migranten)bewonersorganisaties.

Paragent

De Herdenking
Jaarlijks vindt er op 4 mei een herdenking plaats bij de gedenkplaats aan de Parallelweg. Om 19.50 uur vertrekt de gedenkstoet naar het monument.

Bronnen:

Boom, Bart van der. Den Haag in de Tweede Wereldoorlog. Den Haag: SeaPress, 1995.
www.4en5mei.nl